Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Feit of Fabel?

Er circuleren veel verhalen in de media over verschillen tussen meisjes en jongens en mannen en vrouwen. Maar zijn deze ook allemaal waar? Kun jij feiten van fabels onderscheiden? Bekijk hieronder alle stellingen en antwoorden.

Stelling: De oververtegenwoordiging van vrouwen in het onderwijs is ongunstig voor jongens.
Deze stelling wordt beantwoord door prof. dr. Monique Volman van de programmagroep Educational Sciences.

FABEL

Een populaire verklaring voor het feit dat jongens sinds een aantal decennia minder gunstige schoolloopbanen hebben dan meisjes, is de ‘feminisering van het onderwijs’. In het basisonderwijs zijn de vrouwelijke leerkrachten inmiddels veruit in de meerderheid. Dat zou een ‘vrouwelijke cultuur’ met zich mee zou brengen waarin jongens minder goed gedijen; juffen zouden de competitie, beweeglijkheid, en het grenzen opzoeken van jongens maar lastig vinden.

In diverse onderzoeken is echter aangetoond dat dit een onwaarschijnlijke verklaring is (Volman, 2013). Jongens die weinig respectievelijk veel vrouwelijke leerkrachten hebben gehad, bleken niet de verschillen in prestaties en welzijn (Driessen & Doesborgh, 2004). Mannelijke en vrouwelijke leerkrachten beoordeelden jongens en meisjes niet anders met betrekking tot gedragsproblemen (Rietveld, Van Beijsterveldt & Boomsma, 2011); en vrouwelijke leerkrachten bleken juist betere relaties met leerlingen, ook jongens, te hebben dan mannen (Spilt, Koomen & Jak, 2012).

Los hiervan zouden meer meesters weldegelijk een aanwinst zijn voor het basisonderwijs, voor alle leerlingen.

 

Driessen, G., & Doesborgh, J. (2004). De feminisering van het basisonderwijs. Nijmegen: ITS.

Rietveld, M., Van Beijsterveldt, C., & Boomsma, D. (2011). Sekse van de leerkracht en probleemgedrag bij leerlingen. Pedagogische Studiën, 88(2), 59-72.

Spilt, J.L., Koomen, H.M.Y., & Jak, S. (2012). Are boys better off with male and girls with female teachers? A multilevel investigation of measurement invariance and gender match in teacher-student relationship quality. Journal of School Psychology, 50, 363-378.

Volman, M. (2013). Meisjes hebben hun onderwijs gevonden; nu de jongens nog. Pedagogische Studiën, 90, 50-53.

Mw. prof. dr. M.L.L. (Monique) Volman

Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programme group: Educational Sciences

Stelling: Nederlandse jongeren zijn voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen.
Deze stelling wordt beantwoord door Hester Mennes van de programmagroep Educational Sciences.

FEIT

Uit de International Civic and Citizenship Education Study uit 2016 kwam naar voren dat jongeren in Nederland gemiddeld vóór gelijke rechten voor mannen en vrouwen zijn (Munniksma et al., 2016). Dit ging over gelijke rechten in verschillende situaties, zoals evenveel salaris voor hetzelfde werk, of dezelfde mogelijkheden om deel te nemen aan de regering.

Van de landen die meededen aan het onderzoek, scoorde Nederland net bovengemiddeld. Leeftijdsgenoten in landen als Zweden, Finland en Denemarken waren gemiddeld nog meer voor gelijke rechten tussen mannen en vrouwen. Ook binnen Nederland waren er verschillen: zo was 1 op de 10 jongeren niet uitgesproken positief over gelijke rechten voor mannen en vrouwen, en uitten meisjes sterkere steun voor gelijke rechten dan jongens.

Aangezien jongeren de democratie van de toekomst zijn, doet hun houding tegenover gelijke rechten ertoe, en verdient dit extra aandacht op een dag als International Women’s Day.

 

Munniksma, A., Dijkstra, A. B., Van der Veen, I., Ledoux, G., Van de Werfhorst, H., & Ten Dam, G. (2017). Burgerschap in het voortgezet onderwijs: Nederland in Vergelijkend Perspectief. Amsterdam University Press.

Stelling: Jongens doen het op school slechter dan meisjes, omdat hun hersenen zich langzamer ontwikkelen.
Deze stelling wordt beantwoord door prof. dr. Monique Volman van de programmagroep Educational Sciences.

FABEL

Jongens hebben, sinds het einde van de vorige eeuw, minder gunstige schoolloopbanen dan meisjes. Dat wordt vaak verklaard vanuit sekseverschillen in hersenontwikkeling. Nieuw neurowetenschappelijk onderzoek laat echter zien dat de ontwikkeling van de hersenen in de adolescentie bij jongens niet heel anders verloopt dan bij meisjes. De verschillen tussen jongens onderling en meisjes onderling zijn groter dan die tussen de twee groepen (Rippon, 2019; Wierenga et al., 2019). Volgens onderzoekers is de eerdere verklaring een ‘neuromythe’, gebaseerd op resultaten die met moderne technieken niet meer repliceerbaar blijken.

Verschillen in school- en beroepsloopbanen ontstaan thuis, onder leeftijdsgenoten, op school en in de samenleving, zo stelde onlangs ook de Onderwijsraad (2019). Bewuste of onbewuste denkbeelden over gender vormen een betere verklaring voor sekseverschillen in schoolloopbanen dan verschillen in hersenontwikkeling.

Onderwijsraad (2020). Een verkenning van sekseverschillen in het onderwijs. Den Haag.

Rippon, G. (2019). The Gendered Brain: The New Neuroscience That Shatters the Myth of the Female Brain. Bodley Head.

Wierenga, L.M., Bos, M.G.N., Rossenberg, F. van, & Crone, E.A. (2019). Sex Effects on Development of Brain Structure and Executive Functions: Greater Variance than Mean Effects. Journal of Cognitive Neuroscience, 31(5), 730-753.

Stel een vraag